|
Met essays van Eelco Beukers en Geert Bekaert Liesbeth van der Pol Vormgeving: Victor Leurs, Gebonden, geïllustreerd (kleur en zw/w), 240 pagina's, formaat: 27,5 x 22 cm Met steun van het Stimuleringsfonds voor Architectuur Liesbeth van der Pol ontwerpt gebouwen met sterke karakters; gebouwen die 'zich niet voor zichzelf schamen'. In de relatie met de menselijke omgeving moet het gebouw een eigen, liefst unieke inbreng hebben, zoals de opvallende 'rode donders' aan de zuidrand van Almere, het depotgebouw van het Nederlands Scheepvaartmuseum en Aquartis op het Entrepotdok in Amsterdam. In deze monografie worden twaalf van Van der Pols Hoewel de gebouwen van Van der Pol zeer uiteenlopend van karakter zijn en ogenschijnlijk geen samenhang vertonen, ontdekken beide auteurs verrassende constanten in haar oeuvre. Deze liggen niet zozeer besloten in het uiterlijk van de gebouwen, als wel in haar manier van kijken, haar aanpak en haar diepgewortelde idealen over de relatie tussen mens en gebouwde omgeving. Kenmerkend is bijvoorbeeld dat Van der Pol tijdens het ontwerpen nadrukkelijk uitgaat van de beleving. Zelfs woonwijken concipieert zij in eerste aanzet niet als plattegronden, maar vanaf ooghoogte, het niveau waarop de gebruikers ze daadwerkelijk zullen zien, horen en voelen. Een andere constante is dat Van der Pol de woningbouwprojecten niet ziet als enkel het bijeenbrengen van grote hoeveelheden woningen, maar nadrukkelijk kiest voor het ontwerp van een eenduidig, krachtig gebouw. Een benadering die haar woningbouw weer samenvoegt met de grotere utiliteitsprojecten. |
|||||||
|
|||||||